Algebra voor beginners
- Onderwerp: algebraïsch redeneren en patronen ontdekken
- Tijd: < 20'
- Groepsgrootte: klassikaal of in kleine groepjes
- Groeperingsvorm: klassikaal starten, daarna in duo's of individueel
- Voorbereidingswerk: weinig
- ICT-gebruik: geen
- Beweging: geen
- Benodigdheden: twee dobbelstenen per duo of groepje, eventueel bord of papier
Opdracht voor de leerkracht
- Introduceer de dobbelsteentruc als een magisch spelletje. Laat de leerlingen de truc ervaren en vervolgens zelf ontdekken hoe deze werkt. Stimuleer logisch redeneren en het herkennen van patronen.

Werkwijze
Stap 1
Vertel de klas dat je een truc kent waarbij je kunt raden welke twee getallen iemand heeft gegooid met twee dobbelstenen. Laat een leerling gooien en de stappen volgen:
- Kies één van de twee gegooide getallen.
- Vermenigvuldig dit getal met 2.
- Tel er 5 bij op.
- Vermenigvuldig het resultaat met 5.
- Tel het andere gegooide getal erbij op.
- Zeg het eindgetal hardop.
Stap 2
Doe de truc voor en raad de twee getallen. Laat de klas proberen te ontdekken hoe het werkt. Geef hen tijd om te experimenteren.
Stap 3
Laat leerlingen hun ontdekkingen delen. Bijvoorbeeld:
- Trek 25 af van het eindgetal om het eerste getal te vinden.
- Of: trek 5 af, deel door 5, trek 5 af, deel door 2.
Stap 4
Laat leerlingen zelf een tabel maken met invoer en uitvoer, zoals:
- 1 → 35
- 2 → 45
- 3 → 55
Zo ontdekken ze het patroon.
Stap 5
Stimuleer leerlingen om de truc algebraïsch te verklaren met onbekenden (bijv. A en B). Laat hen de formule reconstrueren.
Eindterm
ET6.1 De leerlingen voeren bewerkingen uit met natuurlijke getallen en leren eenvoudige algebraïsche redeneringen toepassen.
Bron
Geïnspireerd door www.rekenhoek.nl