Kleinste gemeenschappelijke veelvoud
- Onderwerp: kleinste gemene veelvoud
- Tijd: < 10′
- Groepsgrootte: onbeperkt
- Groeperingsvorm: klassikaal
- Voorbereidingswerk: weinig
- ICT-gebruik: geen
- Beweging: wel
- Benodigdheden: papieren plakband
Opdracht voor leerkracht
Werkwijze
Stap 2
Beide leerlingen springen vanuit stilstand zo ver mogelijk. Plak met de papieren plakband een lijn waar ze geland zijn. Dan ziet het er mogelijks zo uit.

Stap 3
Meet de twee afstanden. Rond deze af zodat je er makkelijker mee kan rekenen.
Bijvoorbeeld: Leerling 1 sprong 70 cm ver en leerling 2 sprong 90 cm ver.
Stap 4
Laat de leerlingen onderzoeken op welke afstand de twee leerlingen naast elkaar terecht komen als ze dezelfde afstand blijven springen (= het kgv zoeken).
Als een leerling het antwoord weet, vraag je hoe hij te werk is gegaan.
Stap 5
Je kan samen met de leerlingen de veelvouden van de twee getallen noteren. Zo wordt het visueel duidelijk.

Stap 6
Als het lokaal lang genoeg is kan je dit effectief meten. Zo kan je checken of het klopt. Op 630 cm zouden de lijnen naast elkaar moeten komen staan. 630 is namelijk het kleinste gemeenschappelijke veelvoud van 70 en 90.
Eindterm
ET6.1 De leerlingen voeren bewerkingen uit met natuurlijke, gehele en rationale getallen.
Bron
Geïnspireerd door Cinder Neyens